De man in de schuur heeft twee opties

Soms bots je op die verhalen die je met verstomming slaan. Zoals dat van de 51-jarige Luc. Als geboren en getogen Mechelaar slaapt hij in zijn eigen thuisstad in een oude schuur. Al drie maanden. Verstopt tussen twee spoorwegen, niet ver van wat nieuwbouwstulpjes.

Heeft de hulpverlening Luc opgegeven of heeft Luc de hulpverlening opgegeven?

Feit is dat op een paar mensen na – zoals zijn oude moedertje – niemand weet dat Luc in die schuur verblijft. Dat Luc van de hulpverleningskaart in een zwart gat gevallen is, en nu aan een journalist vraagt of die geen onderdak weet. Feit is ook dat in zijn verhaal opnieuw die ene naam opduikt, van een Mechelaar die blijkbaar los aan kop speelt in de categorie huisjesmelkerij.

***

Langs een sluipweggetje troont Luc me mee. Hij waarschuwt me: dat ik niet moet schrikken van de rommel. Want… hij slaapt er niet alleen. “En mijn kameraad drinkt nogal veel en laat zijn afval hier dan rondslingeren.” Hij opent de deur naar het schuurtje. Links van me rottend hooi, voor me een roestende voederbak met nog wat afval, rechts een matras die net niet uit zichzelf wegkruipt. “Gevonden in een container.”

Volgens Luc begon het na de breuk met zijn ex. Hij sliep nu eens hier en dan weer daar, bij vrienden en kennissen. Een tijdje bij zijn moeder ook, maar hij vreesde dat die, in haar sociale woonst, financieel gestraft zou worden als ze er niet langer alleen zou wonen. Uiteindelijk nam die vriend hem mee naar de schuur, tussen de spoorwegen.

Ooit was Luc een krachtige werkman in de bouw. Toen verloor-ie door een faillissement zijn job. “De dop die ik kreeg, vloog er nogal snel door. ’t Grof leven.” Er zijn andere problemen, even belandt hij in de gevangenis. “Nu heb ik daar spijt van, nu ik zie hoe het me tegenhoudt. Ik sta ingeschreven bij allerhande interimkantoren, maar wie neemt iemand met een strafblad aan?”

***

’s Nachts ritselen de ratten aan zijn voeten. Rond 1u passeert de laatste trein, om 5u ronkt de eerste. Om 8u trekt Luc de deur van de schuur achter zich dicht. “Soms laten ze hier honden uit, ze hoeven me niet te zien.” Dan trekt hij naar zijn moeder, waar hij zijn was doet, een douche neemt. Doorheen de dag klust hij wat bij. “Want ik heb niet langer een referentieadres, ontvang mijn uitkeringen dus niet meer. Met het geld van dat zwartwerk koop ik ’s avonds een pakje friet of een Marokkaans brood met ne sosis.”

Dat het geen leven is, zegt Luc. Tegen de nachtelijke kou is hij op dit moment nog wel bestand. “Want ik heb altijd buiten gewerkt.” Maar toch is ook deze beer bang van de vrieskou die op komst is. Hoe hij zich nu voelt? “Tijdens die klusjes verzet ik mijn gedachten enigszins. Een mens moet zich er doorslaan.” Even later klinkt het iets minder vrolijk. “Jij ziet ook: niemand kan dit lang volhouden. Op een bepaald moment zullen de stoppen doorslaan. Dan kan ik kiezen: de spoorweg links of de spoorweg rechts.”

Ik bel uiteindelijk een hulpverlener die ik zelf vertrouw. Het is volgens Luc de eerste die hij sinds lang zal zien. Terwijl ik weer verder fiets, vraag ik me een tijdje af: hoeveel mensen zouden zo volledig van de radar verdwijnen, zelfs in het kleine Mechelen?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s