Op bezoek bij Boca Juniors

Voetbal is religie. Als er één plek is waar dat zinnetje écht klopt, dan wel Buenos Aires. Met meer dan tien lokale eersteklassers mag de metropool zich gerust dé voetbalhoofdstad van de wereld noemen. Het meest legendarische uithangbord: Boca Juniors. Ik ging op bezoek.

La Boca. De volkswijk staat in elke reisgids. Omwille van de gekleurde gevels, de tangodansers. Maar ook omwille van het magische La Bombonera, waar zelfs niet voetbalsupporters een stadiontour boeken. Want La Boca, dat is Boca Juniors.

De chocoladedoos, zoals de letterlijke vertaling van La Bombonera luidt, staat middenin de verpauperde wijk. Waar je eerst nog langs toeristische restaurants en blauwgele winkeltjes met levensgrote Maradona’s slentert, bots je plots op het stadion. Vlak naast de woonblokken en boven het voetpad rijzen de steile tribunes op.

De graffiti op de muren, de eretekens, de kleuren – aan alles voel je: dit is niet zomaar een wijk, niet zomaar een club. Dit is Boca Juniors, waar Maradona God en de harde kern baas is. Waar het voetbal nog aan de werkmensen in de wijk toebehoort. En waar iedereen een dodelijke hekel heeft aan de hipsters van River Plate.

11u ’s ochtends

Het is zondagochtend 9u30 wanneer ik opgepikt word door mijn fixer. De dame had 10u voorgesteld, maar omdat de match al om 11u is (jawel, 11u, zoals bij onze scholieren), leek me dat aan de late kant. Zij vond mij een beetje zenuwachtig en ik begreep later waarom: waar je op een werkdag van verkeerslicht naar kruispunt hobbelt in Buenos Aires, toer je er ’s zondags vlotjes rond.

In geen tijd sta ik dus op een paar straten van het Estadio Alberto J. Armando, waar de grote toeloop nog moet beginnen. De eerste volle stadsbussen met trommelende en zingende supporters komen aan, sommige fans drinken aan een tankstation de pintjes die in het stadion zelf verboden zijn. Maar zelfs zo kort voor de match is alles hier nog à l’aise. Het blijkt uiteindelijk een voorbode voor de rest van deze zonnige zondag.

Verschillende controles

Mijn fixer overhandigt me aan een jonge supporter die me richting ingang troont. Hij geeft me een plastieken socio-kaart, die ik vlak voor de tribune moet inscannen. We passeren een controle of vier, waarbij ik zacht gefouilleerd word. Ergens halfweg worden identiteitskaarten gevraagd, die amper bekeken worden.

De jongen brengt me langs vele hoge trappen naar een zitje in Blok K, op de bovenste ring. De tribune is zo steil dat ik amper kan zien wat er zich lager bevindt. Ik heb een geweldig zicht op een deel van de stad, hoor het bekende orkest van Boca onder me en kijk recht op de harde kern op die drie indrukwekkende ringen van staanplaatsen.

Het stadion loopt pas laat vol. Zo’n tien minuten voor aanvang hoor ik voor het eerst de potentie van dit geel-blauwe colosseum. 49.000 zingende stemmen zijn sowieso luid, maar de decibels worden nog versterkt door de D-vorm van La Bombonera. Wanneer de spelers het veld opkomen, gaat het helemaal los. Door het gekraak in je oren weet je: hell yeah, ik zit op Boca.

Lange liefdesliederen

Na de eerste indrukwekkende gezangen valt de sfeer wat stil. Komt het door de niet zo sexy tegenstander, Arsenal de Sarandí? Door het vroege aanvangsuur? Of omdat Boca nog maar net de halve finale van de Copa Libertadores verloren heeft tegen River Plate? Zoals onze gids zegt: “Twee keer onderuit gaan tegen River (vorig jaar verloor Boca ook al de finale tegen de grote rivaal), dat kunnen ze zich hier eigenlijk niet permitteren.”

Dat het tranquilo is, zeg ik tegen de jongen die me vergezelt. Hij glimlacht en zegt dat het tegen River andere koek is. Misschien heb ik er ook net dat ietsje teveel van verwacht. Al blijft La Bombonera, laten we wel wezen, impressionant.

Hier geen korte kreten uit de spionkop, geïnspireerd door de acties op het veld. Wel lange, melodische liefdesliederen, die door een onzichtbare, eentonige stem lijken op te rijzen en door àlle tribunes gedragen worden. Want in La Bombonera zingt iedereen mee. De woorden die het vaakst terugkomen: mijn leven, mijn passie, mijn liefde. Vandaag gaan de liedjes soms boven een gezonde geluidsgrens. De rest van de wedstrijd hoor ik ze vooral als een zachte, continue achtergrondmuziek.

Zonder uitfans

Op het veld pakt Boca zijn tegenstander ondertussen in. Grote held Tevez – hier ‘Carlitos’ – opent het feest met een fraaie omhaal, vlak na de rust staat het al 3-0. Arsenal de Sarandí geeft me een makke indruk en dan helpt de afwezigheid van uitsupporters niet.

Sinds een zoveelste dode bij rellen in 2013 (volgens The Guardian vielen er het voorbije decennium meer dan 90 doden), werden uitsupporters verboden in de Argentijnse stadions. Ondertussen mag het op veel plaatsen wel weer, maar voor de Grote Vijf van Buenos Aires (Boca, River, Independiente, San Lorenzo en Racing Club) blijft het een no go. In La Bombonera is het dus elf tegen allen en dat geeft een aparte sfeer, die voor mij enigszins oneerlijk aanvoelt.

Van enige agressiviteit merk ik vandaag echter niks, de vele online verhaaltjes – niet alleen over hooliganisme, maar ook over vijandigheid tegenover buitenstaanders – ten spijt. Ik kan natuurlijk niets zeggen over de topaffiches, maar met een beetje gezond (voetbal)verstand kan je een match tussen Boca en Sarandí rustig bijwonen. Tussen vrouwen en kinderen. Beter zo natuurlijk dan dat je als blonde, niet-Spaanstalige toerist van de tribune gesmeten wordt.

Voetbalparadijs

Arsenal de Sarandí kan diep in de tweede helft nog even milderen, maar met twee snedige aanvallen maakt Boca zijn tegenstander uiteindelijk af: 5-1. Dankzij die twee late goals mag ik nog eens getuige zijn van de sfeer waar La Bombonera zo bekend om is.

De decibels gaan de hoogte in, aan alles hoor en zie je wat voor een voetbalparadijs (of -hel) het hier kan zijn. Want zelfs als La Bombonera eerder rustig blijft, voel je als voetbalromanticus dat die ene banner van de harde kern niet gelogen is: Boca is pura pasion.

Hoe geraak je aan tickets?

In Buenos Aires is er zo ongeveer elke dag voetbal. Alleen al de Grande Cinco kunnen samen meer dan 250.000 supporters lokken. Alleen: er als toerist binnenwandelen is niet zo evident. Veel clubs hanteren namelijk een socio-systeem. Bij Boca zijn er meer socio’s dan plaatsen.

Hoe geraak je dan binnen? Via via. Socio’s die zelf niet kunnen of toevallig (?) een ticket op overschot hebben, bieden het via fixers aan aan hotels of touroperators (zoals Tangol). De gastvrouw van mijn Airbnb belde wat rond voor me en kon iets regelen via een “vriendin die nog mensen kende die…”

Het enige nadeel: iedere tussenpersoon passeert langs de kassa. Zo betaalde ik uiteindelijk 150 dollar (de locals vragen om de Amerikaanse munt omdat de Argentijnse peso flink gedevalueerd is). Honderd dollar was zogenaamd voor het ticket (waarvan ik geen idee heb hoeveel het kost), 50 voor de fixer die me van en naar het stadion bracht. Een stevige prijs, maar in lijn met de tarieven die ik op het internet vond. En wellicht veiliger dan een dealtje in de buurt van het stadion.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s