“Of er verandert iets of ze zullen mensen moeten doden”

Half oktober, wanneer de regering de kosten voor het openbaar vervoer verhoogt, breken er protesten uit in Chili. Op sommige nieuwssites zie je stevige rellen en brandende gebouwen in hoofdstad Santiago. Er vallen zelfs doden en voor het eerst sinds de dictatuur worden opnieuw soldaten de straat op gestuurd.

Op Diplomatie België komen de vette letters en uitroeptekens tevoorschijn. Als je graag reist, is er een ding dat je niet mag doen: die website checken. Anders kom je nooit je zetel nog uit.

Een van de tips luidt: woon geen protesten bij. Eens aangekomen in Puerto Natales, een stadje van 20.000 inwoners in zuidelijk Chili, ga ik dus meteen even kijken als ik getoeter en gejoel hoor.

Hier niet het drama en het geweld dat je op de korte nieuwsitems ziet. Wel alledaagse, vriendelijke mensen die met potten, pannen en toeters hun ongenoegen uiten. Elke dag opnieuw. Zelfs hier, in deze Patagonische uithoek. “Het is de derde week nu,” zegt de 27-jarige Javier, “en het is belangrijk dat we dit blijven volhouden.”

“Pinera heeft net nieuwe wetten afgekondigd: meer middelen voor leger en politie, strengere straffen voor betogers. De president heeft het met andere woorden niet begrepen. Niet het geweld is het probleem, wel de oorzaak van het geweld.”

Kort samengevat komen de Chilenen op straat omdat ze het beu zijn. De verhoging van de vervoersprijzen waren de spreekwoordelijke druppel. “Het eerste, fundamentele probleem is onze grondwet. Die dateert nog uit de tijd van de dictatuur. Bovendien is de ongelijkheid in Chili veel te groot.”

Zowel betoger Javier als mijn gastheer Nicolas (29) heeft het over ‘de 1 procent’. “De kloof tussen de rijken – waar onze regering toe behoort – en de rest van de bevolking is gigantisch”, zegt Nicolas. “Het interesseert me geen ruk hoeveel mensen verdienen. Rijken die elke maand een miljoen verdienen, mogen dat geld van mij spenderen aan wat ze maar willen. Het gaat ‘m om alle privileges die ze zonder reden krijgen.”

Die privileges gaan over onderwijs, geneeskunde, pensioenen. “Er zijn publieke scholen en publieke ziekenhuizen. Maar die stellen weinig voor. Het privaat onderwijs en de private geneeskunde, die veel betere kwaliteit bieden, zijn voor de gewone Chileen niet te betalen”, aldus Nicolas. “Als je tot de kleine toplaag van Chili behoort, kan je met andere woorden gezonder en dus langer leven, en kan je je kinderen beter onderwijs verschaffen. Dat is: onrechtvaardigheid.”

“Ondertussen lijden ook onze ouderen”, vervolgt de twintiger. “Er is een privaat pensioenfonds. Elke maand geef je verplicht een deel van je loon af voor later. Dat geld wordt gebruikt door investeerders. Zij worden rijk van jouw centen, die je zelf niet kan gebruiken. Aan het einde van de rit krijgen gepensioneerden een aalmoes.”

***

Volgens de 71-jarige Jorge, die ook op straat is gekomen, is er helemaal niks veranderd sinds het einde van de dictatuur. Hij meent dat Chili, en bij uitbreiding heel Zuid-Amerika, moet strijden voor “economische onafhankelijkheid”. “Onze mijnen, ons water, onze wegen: àlles is geprivatiseerd en in handen van buitenlandse bedrijven. Alleen de Chileense rijken worden er rijker van.”

Of zoals Nicolas omschrijft: “Ons neoliberale land staat in de uitverkoop. Als je geld hebt en geld wil verdienen, is Chili de place to be.”Dat merken ze volgens de heren ook hier, diep in Patagonië. “Buitenlandse bedrijven zetten hier grote zalmkwekerijen op. Omdat de regels minder streng zijn. Alleen: Patagonië is niet de natuurlijke habitat van die dieren. Dus pompen ze de zalm vol medicatie, wat ongezond is voor de consument – zalm eten is kanker kweken.”

“Tegelijkertijd lijden onze fauna en flora onder de impact van die duizenden uitheemse vissen. Die vervuiling is een groot ecologisch probleem. We worden gesust met zogenaamde werkgelegenheid, maar eens onze wateren niet meer boeiend zijn, trekken de bedrijven weer verder.”

Mijn 29-jarige gastheer werkt als gids in een nationaal park. De dagen dat hij niet in de bergen vertoeft, probeert hij met zijn vrienden de straat op te komen. Met pan en houten lepel, een verwijzing naar het verzet tegen Pinochet. “Ik ben na de dictatuur geboren, maar heb alle trauma’s meegekregen. Mijn familie is ten tijde van Pinochet naar Argentinië moeten vluchten. Via WhatsApp vraagt mijn grootvader om voor hem de straat op te gaan.”

Het protest waar Nicolas deel van uitmaakt, is niet altijd groots of indrukwekkend. Maar het is er wel. “Uiteraard liggen ze in Santiago niet wakker van ons, maar misschien kietelen we de lokale overheid wel.”

“Kijk, ik heb het nog goed – ik huur een huisje, kan al eens op vakantie gaan en als ik niet al te ziek word, kan ik mijn dokterskosten wel betalen. Maar er leven te veel landgenoten in de shit. Dan kan ik niet in mijn zetel blijven zitten.”

***

Blijft de vraag of het uiteindelijk iets zal veranderen. Ook in 2006 en 2011 waren er grote protesten in Chili. “Een aangepaste grondwet, goedkoper onderwijs, betere gezondheidszorg: ik weet ook wel dat al die dingen er niet van vandaag op morgen komen”, zegt Nicolas. “Maar de eerste stappen moeten nu echt wel gezet worden.”

“Ik ben 29, ik kan nog vele jaren op straat komen. Dit stopt niet meer. Mijn vrienden en ik hebben hetzelfde gevoel: of er verandert iets of ze zullen mensen moeten doden.”

Dit artikel werd ook gepubliceerd op MO*.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s